De Casus
Cliënt heeft tijdens zijn studententijd een krediet, een creditcard, afgesloten. De eerste jaren verliep de aflossing op deze creditcard naar behoren. Gedurende de opleiding, in het jaar 2010, is cliënt een eigen onderneming gestart. Ongelukkigerwijs, verliepen de zaken met betrekking tot de onderneming niet naar verwachting en heeft cliënt in 2011 moeten besluiten de onderneming te beëindigen, daar het inkomen onvoldoende was om aan zijn financiële verplichtingen te kunnen voldoen.   

Na het beëindigen van de onderneming, werd cliënt persoonlijk aansprakelijk voor de schulden die er waren ontstaan in de onderneming. Cliënt heeft hierin zijn verantwoordelijkheid genomen, ondanks dat hij als student weinig inkomen verkreeg. Zo ook voor de achterstand die er was ontstaan op de creditcard, welke cliënt oorspronkelijk bij de kredietverstrekker Santander had afgesloten. Er is contact geweest met Santander en er is een betalingsregeling getroffen. Cliënt was in de veronderstelling dat deze regeling naar behoren is voldaan en hij zijn schuld had afgelost. In de jaren die volgde, de jaren 2011 tot 2017, heeft cliënt nooit meer iets van Santander vernomen. 

Pas in 2017, kreeg cliënt kennis van een (negatieve) BKR-registratie met de bijzonderheidscoderingen A en 2. Deze (negatieve) BKR-registratie is geplaatst door de kredietverstrekker Hoist Finance B.V. Zowel de kredietverstrekker als de achterstand, waren cliënt tot dat moment niet bekend. Later bleek, dat de vordering vanuit Santander, destijds was overgedragen aan Hoist Finance B.V.  In de jaren 2011 tot 2017, heeft cliënt echter nooit bericht ontvangen van Hoist Finance B.V, terwijl zijn juiste woonadres en e-mailadres bekend waren bij de oorspronkelijke kredietverstrekker Santander en dus overgedragen konden worden aan Hoist Finance B.V. Tevens, waren de correcte gegevens opgenomen in de gemeentelijke systemen. Cliënt betwist de vordering dan ook op basis van verjaring. Deze (negatieve) BKR-registratie belemmerd cliënt namelijk bij het verkrijgen van een hypothecair krediet.
Cliënt moet van de negatieve coderingen af: de huidige omstandigheden
Cliënt is woonachtig in een huurwoning in Groningen, terwijl zijn partner woonachtig is in Duitsland, de stad Bonn, ten behoeve van het werk. Dit houdt in, dat cliënt 350 kilometer heen en 350 kilometer terug moet reizen om zijn partner te kunnen zien. Dit is geen houdbare situatie. Cliënt en zijn partner willen dan ook een woning kopen gelegen in het midden van de huidige woon- en werkplaatsen; in het zuiden van Nederland. Hiermee, willen cliënt en zijn partner de afstand tussen hen beiden verkleinen en willen zij de mogelijkheid creëren een gezin te stichten. 

Cliënt en zijn partner hebben de mogelijkheden tot het huren van een woning onderzocht, maar dit bleek geen optie. De enige mogelijkheid om een woning te kunnen betrekken in het zuiden van Nederland, is het aankopen van een woning. Daar de partner van cliënt niet woonachtig is in Nederland, wordt aan haar geen hypotheek verstrekt. Dit houdt in, dat er op naam van cliënt een hypotheek verstrekt moet worden om een woning aan te kunnen kopen. Er is echter geen enkele bank die aan cliënt een hypotheek wilt verstrekken door de (negatieve) BKR-registratie van Hoist Finance B.V.  Om deze reden, schakelt cliënt de hulp in van CoderingVrij. 


CoderingVrij start met het minnelijk traject
Na overleg met CoederingVrij wordt er een minnelijk, juridisch traject gestart. Er wordt via verschillende bewijsstukken aangetoond dat de (negatieve) BKR-registratie, in het geval van cliënt, verjaard is en daarmee verwijderd moeten worden. 

Er is immers sprake van een noodzakelijk belang tot verwijdering van de (negatieve) BKR-registratie en daarbij heden een stabiele, financiële situatie van cliënt en zijn partner; geen enkele reden tot het bieden van (financiële) bescherming richting cliënt en kredietverstrekkers. De (negatieve) BKR-registratie heeft een onredelijk grote impact op cliënt, zijn partner en hun wens tot gezinsuitbreiding. Cliënt en zijn partner hebben op grond van artikel 8 EVRM het recht op een gezinswoning.

Hoist Finance B.V. maakt geen degelijke belangenafweging: CoderingVrij start een gerechtelijke procedure
Er wordt door Hoist Finance B.V. geen degelijke belangenafweging gemaakt; zij richten zich voornamelijk op het financiële verleden van cliënt en de totstandkoming van de (negatieve) BKR-registratie. Ook geeft Hoist Finance B.V. aan dat zij vinden dat er geen sprake is van verjaring van de vordering. Het belang tot behouden van de (negatieve) BKR-registratie, is volgens hen belangrijker dan het verwijderen van de (negatieve) BKR-registratie.   

Zowel cliënt als CoderingVrij besloot geen genoegen te nemen met dit negatieve antwoord van de kredietverstrekker. Er is dan ook een gerechtelijk traject gestart om de verjaring van de vordering verder aan te vechten en de (negatieve) BKR-registratie te laten verwijderen. 


Hoist Finance B.V. verliest rechtszaak
Er worden documenten aangeleverd waaruit blijkt dat cliënt financieel stabiel is en er geen financiële bescherming noodzakelijk is. Tevens, wordt onderbouwd middels bewijslast, dat er sprake is van verjaring van de vordering en een noodzaak tot verwijdering van de (negatieve) BKR-registratie. Er wordt een dagvaarding opgesteld en er volgt een rechtszaak tegen Hoist Finance B.V. 

De definitieve uitspraak van de rechter volgt: cliënt wordt in zijn gelijk gesteld en de kredietverstrekker Hoist Finance B.V. moet de (negatieve) BKR-registratie verwijderen op basis van verjaring. CoderingVrij heeft tezamen met cliënt kunnen aantonen dat er sprake is van verjaring van de vordering, er verder geen redenen zijn cliënt nog langer (financiële) bescherming te bieden en er ook noodzakelijke gronden zijn om de verwijdering van de (negatieve) BKR-registratie te rechtvaardigen.

Vandaag nog Coderingvrij!
lees alles over hoe wij uw negatieve BKR-registratie kunnen verwijderen
sluit